Ga naar de inhoud

DPC folie in houtskeletbouw: zo pas je het correct toe

  • door

DPC folie in houtskeletbouw is een vochtscherm dat je aanbrengt tussen het hout van de skeletconstructie en de onderliggende betonvloer of fundering, om optrekkend vocht tegen te houden. Wordt de folie op de verkeerde plek aangebracht, dan bereikt vocht alsnog het houtwerk en ontstaan er op den duur schimmel, rot en verzwakking van de draagstructuur.

Wat is DPC folie en waarom is het nodig in houtskeletbouw?

DPC staat voor Damp Proof Course. Het is een folie of membraan dat vocht uit de ondergrond tegenhoudt. In houtskeletbouw is dit bijzonder belangrijk, omdat hout gevoeliger is voor optrekkend vocht dan beton of metselwerk. Zelfs een kleine hoeveelheid vocht die vanuit de vloer omhoog trekt, kan over tijd het onderste deel van de stijlen en regelwerk aantasten.

Beton is van nature poreus. Vloeren op het maaiveld of net daarboven nemen grondvocht op en transporteren dit langzaam naar boven. Zonder DPC folie belandt dit vocht direct in de onderdorpel of de onderste regelplaat van de houtskeletwand. Dat is precies de plek die het meest kwetsbaar is, want hier staat het hout permanent op de vloer en kan het niet of nauwelijks opdrogen.

De juiste positie van DPC folie in houtskeletbouw

De folie moet vlak op de vloer liggen, onder de onderste regelplaat van de houtskeletconstructie. Leg je de folie te hoog, op de regelplaat zelf of zelfs tegen de zijkant van de stijlen, dan is de bescherming onvoldoende. Het vocht stijgt nog steeds op via het beton en bereikt daarna direct het hout.

De breedte van de folie moet minstens gelijk zijn aan de breedte van de regelplaat die erop rust. In de praktijk kies je voor een DPC folie die iets breder is dan de regelplaat, zodat de randen ook afgedekt zijn. Overlap je meerdere stroken, laat ze dan minstens 150 mm over elkaar lopen en tape de naden af met een geschikte vochtbestendige tape.

Let ook op de aansluiting bij doorgangen en hoeken. Juist op die plekken worden foliestukken soms verkeerd gelegd of weggelaten, terwijl het optrekkend vocht overal even makkelijk de constructie in kan trekken.

Veelgemaakte fouten bij het aanbrengen

Een bekende fout is dat de DPC folie te laat in het bouwproces wordt aangebracht, namelijk nadat de regelplaat al op de vloer is vastgezet. De folie ligt dan niet meer vlak onder het hout, maar wordt alsnog ergens aan de zijkant geplakt. Dat biedt nauwelijks bescherming.

Een andere valkuil is dat de folie niet doorgaat tot de buitenkant van de gevel. Stopt de folie halverwege de wand, dan is de buitenste rand van het hout alsnog vatbaar voor vocht. Zeker bij buitenwanden, waar regen ook een rol speelt naast optrekkend vocht, moet de folie volledig doorlopen.

Tot slot wordt de folie soms beschadigd bij het plaatsen van de wanden of het boren van ankers. Kleine scheurtjes zijn al genoeg om vocht door te laten. Controleer de folie daarom altijd goed voor je de wand definitief plaatst, en repareer beschadigingen meteen met geschikte tape.

Welk type DPC folie gebruik je?

Voor houtskeletbouw gebruik je bij voorkeur een polyethyleen (PE) folie met een dikte van minimaal 0,2 mm. Dunnere folies zijn sneller beschadigd en minder betrouwbaar op de lange termijn. Er zijn ook speciale bitumineuze DPC-strips verkrijgbaar, die extra stevig zijn en beter bestand tegen mechanische belasting tijdens de bouw.

Kies altijd een folie die geschikt is voor permanent contact met beton en grond, en die niet veroudert of bros wordt bij temperatuurwisselingen. Goedkope bouwfolies zijn soms alleen bedoeld als tijdelijke bescherming en niet als permanente vochtbarrière.

Zorg er tot slot voor dat de DPC folie in de houtskeletbouw ook goed aansluit op het bredere dampscherm of winddicht systeem van de constructie, zodat je geen zwakke plekken creëert in het totale vocht- en luchtdichtingssysteem. Een goed liggende DPC folie is een kleine ingreep, maar voorkomt grote problemen op de lange termijn.