Een sedumdak is gemiddeld 80 tot 90 mm dik, inclusief alle lagen van de opbouw. Dat is de totale dikte die je kunt aanhouden als je een gangbaar sedumpakket op een plat dak of een dak met een helling tot 5° legt. Die dikte is geen willekeurig getal: elke laag heeft een eigen functie en draagt bij aan de gezondheid van de planten én de bescherming van het dak eronder.
Wat bepaalt de dikte van een sedumdak?
Een sedumdak bestaat niet uit één laag. De totale dikte van 80 tot 90 mm is opgebouwd uit meerdere afzonderlijke lagen, die je bij standaard sedumpakketten als een gestapeld systeem krijgt:
- Dakbedekking en eventuele wortelwerende laag: ligt al op het dak, telt soms mee in de totale opbouw.
- Drainagelaag: zorgt dat overtollig water snel wegloopt en wortels niet in stilstaand water staan. Meestal 20 tot 40 mm dik.
- Filterlaag: een dunne vlieslaag die fijnere deeltjes tegenhoudt zodat de drainagelaag niet dichtslaat.
- Substraatlaag: het eigenlijke groeimedium voor de sedumplanten. Dit is de dikste laag, doorgaans 40 tot 60 mm.
- Sedumlaag: de planten zelf, als matten of stekjes, voegen nog enkele millimeters toe.
De substraatlaag is het belangrijkste onderdeel als het gaat om dikte. Hoe dikker het substraat, hoe meer water de laag vasthoudt en hoe beter sedum kan groeien bij droogte. Tegelijk weegt een dikkere substraatlaag meer, wat gevolgen heeft voor de constructie van het dak.
Gewicht dat hoort bij de dikte van een sedumdak
Een standaard sedumdak van 80 tot 90 mm dik weegt nat ongeveer 85 kg per vierkante meter. Dat is het gewicht waar je dakconstructie op berekend moet zijn. Droog weegt het pakket minder, maar voor de constructieberekening gebruik je altijd het verzadigde (natte) gewicht, want dat is het zwaarste geval.
Let op: 85 kg/m² klinkt misschien licht, maar op een dak van 50 m² gaat het al om 4.250 kg extra belasting. Een constructeur of aannemer kan controleren of jouw dakconstructie dat aankan. Doe dit altijd voordat je begint, zeker bij oudere gebouwen.
Wanneer is een grotere of kleinere dikte verstandig?
De standaard dikte van 80 tot 90 mm werkt goed voor extensief groen: sedum en andere bodembedekkers die weinig onderhoud vragen. Wil je een intensiever groendak met grassen, vaste planten of zelfs kleine struiken, dan heb je een substraatlaag van minimaal 150 mm nodig, wat de totale dakdikte al snel op 200 mm of meer brengt. Dat soort daken valt buiten de standaard sedumpakketten en vraagt om een zwaardere constructie.
Een dunnere opbouw dan 80 mm is bij sedum af te raden. Onder de 40 mm substraat droogt de laag bij langdurige hitte te snel uit en overleven de planten het zomerse weer moeilijker, ook al staat sedum bekend om zijn droogtetolerantie. Voor een helling groter dan 5° gelden bovendien andere eisen, omdat het substraat anders kan verschuiven.
Praktisch: hoe controleer je de ruimte op jouw dak?
Voordat je een sedumpakket bestelt, meet je op drie punten na:
- Vrije opstand: hoeveel ruimte zit er tussen de dakrand (of opstand) en de bovenkant van de bestaande dakbedekking? Je hebt minimaal 90 mm nodig om water goed te kunnen afvoeren zonder dat het substraat over de rand spoelt.
- Draagvermogen: laat een constructeur bevestigen dat de dakconstructie minimaal 85 kg/m² extra aankan, liefst met wat marge.
- Afschot: een plat dak heeft doorgaans 1 tot 2% afschot voor waterafvoer. Dat is prima. Bij meer dan 5° (bijna 9%) moet je specifieke maatregelen treffen om het pakket op zijn plek te houden.
Houd je aan de standaard dikte van 80 tot 90 mm en zorg dat de dakconstructie het gewicht aankan. Dat zijn de twee belangrijkste checks voor een sedumdak dat jarenlang goed blijft liggen.

